De afroommethode: alleen voor uitzonderlijke DGA’s


De Hoge Raad heeft beslist dat de afroommethode – ter vaststelling van het salaris van de DGA in zijn BV – niet kan worden toegepast als er een vergelijkbaar salaris voorhanden is van een werknemer met soortgelijke werkzaamheden als die van de DGA. Ons hoogste rechtscollege bevestigt met deze uitspraak de conclusie van advocaat generaal Niessen: zie ook BelastingBelangen, februari 2016: De afroommethode: geen regel, maar uitzondering.

Van Dalen was directeur-grootaandeelhouder van BV X. Hij verleende vanuit zijn BV diensten op pensioengebied: hij adviseerde ondernemers bij het invoeren, aanpassen en beëindigen van pensioenovereenkomsten. De opbrengsten van BV X kwamen nagenoeg geheel voort uit Van Dalen’s werkzaamheden. Voor de inspecteur was dat aanleiding om Dalen’s salaris uit BV X vast te stellen op basis van de afroommethode. Dat leidde tot een fors hoger salaris met de bijbehorende naheffingsaanslag loonheffing over de jaren 2007 tot en met 2010. In de daaropvolgende procedure besliste Hof Den Haag dat de inspecteur terecht de afroommethode had toegepast ter vaststelling van het salaris van DGA Van Dalen. Maar het Hof besliste ook dat de inspecteur die methode dan wel consequent moest toepassen. De inspecteur had de afroommethode uitsluitend toegepast in jaren waarin de BV een substantiële winst behaalde, waardoor het gebruikelijk loon op basis van de afroommethode hoog uitkwam. In de jaren waarin de BV minder draaide was de inspecteur uitgegaan van het salaris dat de BV daadwerkelijk aan haar DGA had uitgekeerd; toepassing van de afroommethode zou in die jaren tot een lager salaris leidden. Het Hof besliste dat de inspecteur het belastbare loon in de jaren 2007 tot en met 2010 maximaal kon stellen op 70% van € 120.000 = € 84.000. De € 120.000 was volgens het Hof het salaris dat in het economische verkeer gebruikelijk was voor een dienstbetrekking als die van Van Dalen, maar waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelde.

Financiën ging in cassatie tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad wees de door Financiën bepleitte afroommethode af. Ons hoogste rechtscollege besliste dat uit de tekst van de wet duidelijk blijkt dat de gebruikelijkloonregeling gebaseerd is op een vergelijkingssystematiek. Als een loon beschikbaar is van een werknemer met soortgelijke werkzaamheden als die van de DGA, is toepassing van de afroommethode dan ook niet aan de orde. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond.

Bron: Belastingbelangen

Speak Your Mind

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!