Wet MOT (WWFT)

De Wet MOT sprak nog van ‘melders en diensten’. In de WWFT wordt aan de hand van het begrip ‘instelling’ bepaald voor wie de wet van toepassing is. Onder het begrip ‘instelling’ vallen tevens natuurlijke personen. Alle bestaande meldergroepen blijven gehandhaafd. Daarnaast is er een uitbreiding van instellingen die meldplichting zijn. Waar in het verleden de verplichtingen tot het identificeren van cliënten en het melden van ongebruikelijke transacties alleen van toepassing waren op de handelaren in bepaalde aangewezen zaken van grote waarde, gelden deze in het vervolg ook voor alle overige handelaren die contante betalingen van € 15.000 of meer accepteren.

Een melding op grond van de WWFT dient – naast de gegevens die reeds op grond van de Wet MOT verstrekt dienden te worden – ook informatie over de begunstigde van een transactie te bevatten.

De Wwft kent een risicogeoriënteerde benadering
Dit houdt in dat instellingen zelf een inschatting maken van de risico’s die bepaalde cliënten of producten met zich meebrengen en schept de mogelijkheid hun inspanningen aan te passen op deze risico’s. Daarnaast is in de Wwft niet dwingend voorgeschreven hoe een instelling iets moet bereiken, maar slechts wat bereikt moet worden.

Doelstelling WWFT
Doelstelling van de WWFT is het handhaven van de integriteit van het financiële stelsel. Wanneer onderdelen van het financiële stelsel misbruikt worden voor het witwassen van uit criminaliteit afkomstige gelden, brengt dit het publieke vertrouwen in het financiële stelsel ernstige schade toe. Naast deze preventieve functie heeft de WWFT ook een repressieve functie, namelijk het versterken van de informatiepositie ten behoeve van opsporing en vervolging. Bovendien zijn volgens de WWFT alle Nederlandse financiële instellingen verplicht om de identiteit van hun klanten vast te stellen en vast te leggen. Door financiële instellingen te verplichten om de identiteit van hun klanten vast te leggen, kunnen ongebruikelijke transacties makkelijker gemeld worden. 

Moment van identificatie
Het vaststellen en vastleggen van de identiteit moet gebeuren voordat de financiële dienst wordt verleend aan de klant. Niet alleen bij het eerste contact, maar ook bij een duurzame relatie en bij het verlenen van bepaalde incidentele financiële diensten, moet tot identificatie worden overgegaan. De instelling vraagt iedere klant hiervoor zelf langs te komen met een geldig legitimatiebewijs. Als een klant eenmaal geïdentificeerd is en hij of zij komt daarna nog regelmatig terug, dan hoeft de instelling niet steeds opnieuw om een identiteitsbewijs te vragen. 

Wijze van vastlegging
De WWFT vertelt niet op welke wijze de gegevens moeten worden vastgelegd. Digitaal of feitelijk is beide mogelijk. De WWFT verplicht instellingen ook niet een kopie of scan te maken van het legitimatiebewijs van hun klanten, maar op grond van de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR) zijn instellingen verplicht om een afschrift (onder afschrift kan redelijkerwijze ook verstaan worden het maken van een kopie of een scan) van het identiteitsbewijs van hun klanten op te nemen in hun administratie.

Informatie over betaler
Op 15 november 2006 is uitgevaardigd de Verordening 1781/2006 van het Europese Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler. Het gaat om het vastleggen van de gegevens van de betaler. De algemene grens is gesteld op € 1.000 of meer, ook wanneer meerdere met elkaar verband houdende transacties tezamen € 1.000 bedragen. Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler regelmatig nalaat de vereiste informatie te verstrekken, dient de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde dit te melden aan de FIU-Nederland op grond van artikel 9 lid 2 van de Verordening. In de WWFT is de FIU-Nederland aangewezen als de verantwoordelijke autoriteit om deze meldingen te ontvangen (Artikel 12 WWFT).

Identificatieplicht
Wanneer de dienstverlener twijfelt over de juistheid of echtheid van het identiteitsbewijs, dan mag hij de dienst niet verlenen. Dit geldt ook als de klant zijn identiteit niet wil of kan bewijzen.

Identiteitsdocument
De volgende identiteitsdocumenten zijn toegestaan:

  • Nederlands of buitenlands paspoort;
  • Nederlandse identiteitskaart;
  • Nederlands diplomatiek paspoort of een diplomatiek paspoort afgegeven door een andere lidstaat (EU/EER) voor zover de houder de nationaliteit van die lidstaat bezit;
  • Nederlands dienstpaspoort of een diplomatiek paspoort afgegeven door een andere lidstaat (EU/EER) voor zover de houder de nationaliteit van die lidstaat bezit;
  • reisdocument voor vluchtelingen;
  • Nederlands rijbewijs of EU/EER-rijbewijs, zolang de houder in Nederland woont en het rijbewijs is voorzien van een pasfoto. 
     

Organisaties
De WWFT geldt voor de volgende instellingen:

  • banken
  • kredietinstellingen
  • effecteninstellingen
  • beleggingsinstellingen
  • geldtransactiekantoren
  • provider voor geldtransactiekantoren
  • levensverzekeraars
  • assurantietussenpersonen
  • creditcardmaatschappijen
  • casino’s
  • handelaren in zaken van grote waarde
  • overige handelaren
  • vrije beroepsgroepen waaronder accountants
  • advocaten
  • bedrijfseconomisch adviseurs
  • belastingadviseurs
  • bemiddelaars in onroerende zaken
  • makelaars in onroerend goed
  • notarissen
  • onafhankelijk juridisch adviseurs
  • trustmaatschappijen

Bron: www.fiu-nederland.nl